Op deze pagina ziet u foto's van werken, die niet tot een serie behoren, met tekst van Mandelstam uit verschillende periodes.
"… Homerus zwijgt.."
Het fragment '…Homerus zwijgt…' komt uit het gedicht 'Insomnia' uit 1915.Toen vertoefde Mandelstam op de Krim, werd verliefd op Tsvetajeva, was bezig met Griekse mythologie, met Homerus, Dante en anderen, en tegelijk lag er een oorlogsschip in de Zwarte Zee, die de realiteit van de Eerste Wereldoorlog oproept: liefde, zwarte zee, onrust, het verstommen van de geliefde oude cultuur, dit alles komt in dit tekstfragment als overweldiging door ongrijpbare, verwoestende krachten aan bod. Een actueel thema.
"Concert in ‘t station"
Het gedicht is zo in het beeld geplaatst dat je de streken van de vioolstok kan meevoelen. Het idyllische tafereel bij het Pavlovsk station, waar het concert plaatsvond, is in vervluchtigde, vergane, kleuren als droombeeld weergegeven. Maar rechtsonder uit de bek van het hellebeest ontsnappen ze weer, het rapaille. Linksboven is de lucht boven het dak gevuld met Oosterse wolkenflarden… Het reflecteert de inhoud van het gedicht, de ontwrichtende, actuele situatie: dreigend verlies van wat van waarde is.
"Waste me… "
Het gedicht 'Waste me …' is in 1921 geschreven in Tbilisi , waar Mandelstam hoorde van de 'terechtstelling' door de bolsjewieken van zijn vriend en collega dichter Goemiljov. Ook de symbolistische dichter Blok was uitgeput gestorven. Bij deze berichten uit de nieuwe tijd blijft alleen een zelf-geweven Oekraïense handdoek als pure waarheid over…! Alleen wat je concreet in handen heb, kunt zien, voelen en ruiken, dat geeft nog houvast. Met dit gedicht is Mandelstam definitief een nieuwe dichterlijke weg ingeslagen, waarin angst en ontreddering in toenemende mate de tijdgeest weerspiegelen.
"Nog ben ik niet gestorven,.."
In 1937 schreef Mandelstam in het Zuid-Russische verbanningsoord Voronezj o.a. 'Nog ben ik niet gestorven…' als reactie op zijn dubbelzinnige 'Stalin Ode', welke hij maakte in de onrealistische hoop dat hij en zijn vrouw dan nog even langer in leven gelaten zouden worden. Ondanks grote beperkingen en vernietiging is de kale wereld mooi, geeft levensruimte. Hoewel, het slot laat zien hoe erg het gesteld is. Er spreekt uit dit gedicht een soort aanvaarding, en waardering voor wat er wél is. Dat geeft hoop.
Er zullen nog vele prachtige gedichten volgen die getuigen van de geestkracht van Mandelstam, en van zijn overtuiging dat het scheppende woord het eeuwige leven heeft, zoals zijn verbondenheid met de wereldcultuur dat toont.
"Niet vergelijken,…"
Hoe je je bevrijdt van benauwenis, is bewegen, schommelen, warm en koud, alsof het oneindige water klotst tegen de boeg van het gevangenenschip. Het reisprincipe: de samenstelling van de bloedcel is oceaanwater. En de levende bloedcel stroomt onophoudelijk, tot de dood. In jezelf, in isolement van ballingschap gevangen, voel je de verbondenheid met die grenzeloze oceaan, geholpen door de kunst en gesteund met het besef van je medestanders, je lotgenoten door de eeuwen heen. De kraaien in Voronezj, die vogels des doods, zijn overal, maar besmeurd met leem en bloed. Een moment van overbrugging van tegenstellingen: isolement én verbondenheid door innerlijke beweging. Wat een vertroebeld maar helder uitzicht!
"Ik schrijf dit in het klad, …"
In een verschrikkelijke situatie (in 1937 te leven als banneling in Voronezj) ligt de kracht van menselijk staande te blijven in het vinden van wie je bent, om daaraan vast te houden, trouw te blijven, in de overtuiging dat daarvan je heil te verwachten valt. Zo’n boom met zulke wortels is niet te verplaatsen, ook al verban je hem. Het beeld ademt rust en beweging uit in zachte kleuren met veel ruimtes, ook al zijn er aan de horizon grijze wolken. Een ontroerende, weemoedige en troostrijke gedachte.
"…een besmeurde uniformjas…"
Bij het zien van de bestorming van het Capitool, in jan. 2021, moest ik sterk denken aan Mandelstams gedicht “Door heel Kiev, door de straten van het monster…”: een nachtmerrie-achtig beeld dat hij in 1937 had , daarbij terugdenkend aan de angstaanjagende burgeroorlog situatie in 1919 in Kiev. Ik koos het fragment: ‘en één besmeurde uninormjas riep nog: we komen terug, denk eraan!’ 1937. Een jaar later viel Rusland Oekraïne grootschalig binnen, en overal duiken rechts-extremistische groepen op. Het belang van het besef van geschiedenis om niet naïef , maar waakzaam, actief en humaan te blijven, wordt onderstreept. De vormgeving van deze druk echoot Larionov’s Russische Avantgarde aanpak. Hoe moeten we geschiedenis interpreteren en verwerken? De rommeligheid in het beeld versterkt de gedachte van smerigheid en chaos van de oorlog. Dat thema van het verwerken van (overgedragen) oorlogservaringen is terug van nooit weggeweest.
Over de dichter O.E. Mandelstam (1891-1938) kunt u meer lezen in;
- O. Mandelstam, "Meine Zeit, mein Tier" van
R. Dutli, Ammann Verlag
-
Osip Mandelstam, "De waanzin voorbij" van Peter Zeeman, uitgeverij Kok Agora 1992
- Osip Mandelstam, "Europa's tedere handen" van Nina Targan Mouravi, uitgeverij Azazello
In mijn tekst die u vindt bij "Armenië-cyclus" zult u een aantal indringende citaten van en over Mandelstam kunnen tegenkomen, die duidelijk maken waarom ik zo getroffen ben door zijn werk en zijn leven. Het is een rijke bron om verder mee te gaan!